Werknemers besteden gemiddeld 31 procent van hun betaalde werktijd aan activiteiten waar ze iets van opsteken. Ondernemingen en instellingen besteden desondanks veel te weinig geld aan het investeren in ‘learning bij doing’. Dat heeft Andries de Grip, hoogleraar scholing en arbeidsmarkt aan de Universiteit van Maastricht gezegd op een bijeenkomst van het Netwerk Sociale innovaties (NSI). In het NSI zitten vertegenwoordiger van bedrijfsleven, onderwijsinstellingen en wetenschappers.
Kenniseconomie
De Grip noemt het “een slechte zaak” dat er weinig geld beschikbaar is voor leren op de werkvloer. “In de huidige kenniseconomie is menselijk kapitaal cruciaal voor het concurrentievermogen van het bedrijfsleven en voor de slagkracht van de publieke sector.”
Vaardigheden
Bedrijven zouden werkplekken kunnen inrichten, waar mensen informeel met elkaar van gedachten kunnen uitwisselen. Werkgevers mogen van werknemers eisen dat zij zich nieuwe vaardigheden eigen maken, maar moeten dat ook van managers vragen. Zo moet die laatste groep zelf ook leren het eigen team voldoende ruimte te geven om het werk te verrichten. Ook moeten managers uitdagende taken aanbieden.
Investering
De Grip waarschuwt organisaties voor de heersende cultuur dat er vooral in jonge werknemers wordt geïnvesteerd. Oudere werknemers weten sinds kort dat zij langer moeten doorwerken en kunnen nog veel bijdragen. Bovendien zijn zij door hun ervaring misschien wel beter in staat om doelgerichte informatie op te nemen, aldus het NSI.
Bron: nu.nl
